Historie: Begin
jaren vijftig besloot NS om 150 nieuwe Dgs in dienst te stellen ter vervanging
van de als Dg in gebruik zijnde oude bagage- en personenrijtuigen uit de dertiger
jaren. Voor deze nieuwe Dgs werden wel bestaande onderstellen van buiten
dienst gestelde goederenwagens gebruikt. Op de onderstellen werd door de Centrale
Wagenwerkplaats Amersfoort een stalen bovenbouw gezet. Deze door de Nederlandse
Machinefabriek Winschoten vervaardigde bovenbouw werd voorzien van een conducteursafdeling,
een retirade en een open ruimte met daarin een kolenkist en een kast voor twee
propaangasflessen voor de verlichting. In de open ruimte werden een reserveluchtkoppeling,
verschillende sluitseinen en vlaggen bewaard. De
conducteursafdeling is van de open ruimte gescheiden d.m.v. een deur. In de zijwanden
zijn uitkijkkasten gemaakt met vensters aan drie zijden. In de conducteursafdeling
bevinden zich verder een handrem, kolenkachel, een waardekist, tafel en klapzitting. Omdat
de Dg aanvankelijk als reizigersmaterieel te boek stond, werden de eerste vijftig
stuks in de groene kleur in dienst gesteld. Al snel viel de Dg echter onder het
goederenmaterieel en de overige Dgs werden daarom direct al in het goederenbruin
afgeleverd. Over
het algemeen liep de goederentreinbagagewagen mee als laatste wagen in de trein.
De wagen werd bemand door de hoofd-conducteur (Hc), als de chef van de trein.
De Hc hield toezicht op rangeerbewegingen, bracht de vrachtbrieven op orde en
hield overleg met de stationschefs onderweg. Midden
jaren zestig was de behoefte aan Dgs behoorlijk geslonken. Ze werden daarom
steeds meer ter zijde gesteld tot er in de loop van de jaren zeventig helemaal
geen behoefte meer was aan Dgs. De meesten werden afgevoerd, maar een aantal
werd omgenummerd tot werkwagen of verwarmingswagen. Er zijn zelfs ex-Dgs
die als dienst- of werkwagen het moderne goederen-wagenblauw hebben gekend, compleet
met NS logo.
|